Opa Nono is tewerkgesteld aan de Birma-spoorweg, ook wel de Dodenspoorlijn genoemd.
Aanleiding voor de bouw van de spoorlijn
Medio 1942 lijdt de Japanse marine in de Pacific steeds meer terrein aan de Amerikaanse marine. Het bevoorraden van de Japanse troepen in Birma (nu Myanmar) gaat steeds moeizamer. Vanuit Birma (Brits) was het de bedoeling Brits India binnen te vallen. De oplossing: een spoorlijn dwars door de jungle van Non Pladuk in Thailand (voorheen Siam) naar Thanbuyuzanat in Birma.
De lijn was 415 kilometer lang en één meter breed. Volgens de Japanse ingenieurs zou de aanleg minimaal vijf jaar duren. Gestart in september 1942 was de spoorlijn zestien maanden later klaar, ten koste van vele duizenden doden: geallieerde krijgsgevangenen en lokale Maleise, Birmaanse, Javaanse en Thaise dwangarbeiders.
Opa gevangen
Toen Japan op 7 december 1941 Pearl Harbor aanviel, verklaarde ook de Nederlandse regering de oorlog aan Japan. Daarna veroverden de Japanners snel Zuidoost-Azië. Nadat Nederlands Borneo en Bali al gevallen waren en in februari ook op Sumatra was geland, vielen de Japanners op 1 maart Java binnen. De luchtmacht en marine waren al eerder vernietigd.
Opa was vrijwillig verbonden als militieplichtige bij de M.M.D. (Militair Motordienst) te Malang op Oost-Java. In december 1941 werd hij ingedeeld bij de staf van het 6e Regiment Infanterie. Dit regiment van drie bataljons bleef achter op Oost-Java om de vlootbasis Soerabaja te verdedigen; het zwaartepunt van de verdediging lag op West-Java.
Op 5 maart trokken de Japanners Batavia binnen. Op 8 maart was met de bezetting van Soerabaja het verzet gebroken. Op 9 maart tekende het Nederlandse gezag de capitulatie. Op die dag werd opa krijgsgevangen genomen en geïnterneerd in kamp Java IV in Malang.
Transport naar Thailand
Onderstaande informatie is gevonden op de site japansekrijgsgevangenkampen.nl.
Er hebben meerdere transporten van krijgsgevangenen vanaf Java naar Thailand of Japan plaatsgevonden. Deze groepen werden Java Parties (JP) genoemd. Opa heeft op zijn kaart de Thailand-stempels II en IV. Hij zat in JP 10 en werd eerst naar Singapore, naar het Changi-kamp, gebracht en vervolgens per trein naar Ban Pong, het eerste station aan de spoorbaan.
De datum van aankomst is belangrijk. De eerste groepen Nederlanders kwamen in januari 1943 aan en gingen naar Tarsao en Kinsayok om daar de spoorbaan verder aan te leggen. Het eerste stuk was aangelegd door Engelsen, die tussen juni en december 1942 naar Thailand gingen. Hoe later men aankwam, hoe verder omhoog men aan het werk moest.
Op 25 januari 1943 vertrok hij met de Tacoma Maru 2 naar Singapore, waar hij op 28 januari aankwam in kamp Changi. Op 14 april 1943 vertrok hij met 600 lotgenoten per trein naar Thailand. Op 19 april kwamen zij aan in kamp Ban Pong (km 5). Vandaar ging hij lopend — zes dagen lopen; van een groep van 600 kwamen er maar 370 aan — naar kamp Kinsayok (km 171) op 28 april en vervolgens naar kamp Takanun (km 218) op 2 mei. De mannen vertrokken op 19 april in groepen van 200 en liepen ongeveer 25 kilometer per dag. De regentijd begon op 20 mei. In oktober 1943 werd de lijn voltooid en werden de omstandigheden beter.
Naamlijst Tacoma Maru 2
- Vertrek
- Batavia, 25 januari 1943 · Singapore, 29 januari 1943
- Naam
- Hanssens, A.C.C.
- Rang
- sld mmd
Registratie
- Rangnummer
- 1144
- Categorie
- KNIL E (brigadiers en minderen)
- Trein
- 59 · vertrek Singapore 14 april 1943
Bron: War Office Londen WO 361/2206 e.v., NRK-Archief 3815.
Changi-kamp
Het kamp lag op een uitgestrekt kazerneterrein aan de noordoostelijke punt van Singapore, vanuit de stad gezien voorbij de Changi-gevangenis. Op het terrein lagen onder andere de Selarang-, Roberts-, Kitchener- en Wavell-barakken. Er waren diverse hospitalen, zoals het Australische hospitaal in de Selarang-barakken en het Engelse hospitaal in de Roberts-barakken. Rond 1 mei 1944 verhuisde het kamp naar de Changi-gevangenis.
Kamp en werk
- Kampcommandant
- Generaal Arimura (vanaf 17 december 1942)
- Werkzaamheden
- Terrein schoonhouden, afval afvoeren, wc’s reinigen en een vliegveld aanleggen.
- Vrijheid
- Veel bewegingsvrijheid op het terrein; Japanse bewakers stonden vooral bij de hekken.
Dagelijks leven
- Wonen en sanitair
- Enkele tafels en stoelen, geen bedden; slapen op een matje op de grond en slecht sanitair.
- Voeding
- In 1942 nog redelijk, later steeds slechter; in april 1943 onvoldoende.
- Zorg en recreatie
- Ds. Schaefer en Ds. Oranje, een bibliotheek, lezingen en muziekuitvoeringen.
Uit: Krijgsgevangene van de Japanners, J.W.B. Winnemuller, Rode Kruis-soldaat der Landstorm, afdeling Soekaboemi, West-Java.
Men kan zich indenken hoe we daar aangekomen eruitzagen. Allen moesten van boord, omdat er nog steeds dysenteriepatiënten bijkwamen. Voorlopig zouden we in Singapore in quarantaine gaan. De meeste zieken moesten uit de ruimen worden gedragen en ving de lange reis per vrachtauto naar het beruchte Changi-kamp aan. Onder stromende regen kwamen we daar in de nacht aan. Het was een zeer uitgestrekt gebied in een uithoek van het eiland Singapore. Japanners zag men maar zelden in het kamp, alleen als er horloges te verkwanselen waren. De zwarte markt speelde er een grote rol.
Over de voedseltoestand hoef ik u niets te vertellen, als men alleen maar bedenkt dat Singapore in vredestijd geheel op import was aangewezen. Wie nog wat geld had, kon wat bijkopen: tabak, oebi — een soort aardappel — en palmolie, rijk aan vitamine A.
De reis voor mij naar de hel van Thailand (Siam) begon. In beestenwagens werden 26 man met bagage gestopt en begon de reis die vijf dagen en vijf nachten duurde. Twee keer per dag werd haltgehouden en kreeg men een kop rijst en een kop om mee te nemen, met een stuk vis. Wij hadden zo’n honger dat we alles in één keer opaten. Verder hield de trein halt op een afgelegen plaats, ergens waar geen mens te bekennen was, en kon men op commando zijn behoefte doen.
NIOD, 400 Indische Collectie, 2588 Winnemuller, J.
Ban Pong – 5
Ban Pong was het eindpunt van de treinreis vanuit Singapore, vijf kilometer van het basiskamp Non Pladuk. Eerst was het een doorgangskamp: binnenkomende transporten stapten hier uit en werden direct doorgestuurd naar hoger gelegen kampen, eerst met vrachtwagens en later lopend. Daarna werd Ban Pong een revalidatiekamp voor mannen die uit de werkkampen langs de spoorlijn terugkwamen.
Het kamp lag ongeveer een half uur lopen van het station, circa anderhalve kilometer. Bij binnenkomst volgden registratie en bagagecontrole. Overtollige bagage en meegenomen medische artikelen werden opgeslagen en kwamen later niet meer terug.
Leven in Ban Pong
- Werkzaamheden
- Vanaf juni 1942: begin van de aanleg van de spoordijk.
- Voeding
- Kleren werden tegen voedsel geruild.
- Wonen en water
- Ruwe bamboekrotten en een vieze, onvoldoende bron.
Transport vanaf Ban Pong
- 19 april 1943
- Singapore Changi, trein 59; Java Parties 10, 11 en 14.
- Vervolg
- 28 april naar Kinsayok (lopend), 2 mei naar Takanun 218.
- Omvang
- 600 mannen per transport.
Het station bij Kanchanaburi (voorheen aangeduid als Ban Pong, vijf kilometer van Nong Pladuk, het beginpunt van de Birma-Thailand-spoorweg) was de plek waar krijgsgevangenen die vanuit Singapore per trein naar Thailand reisden, uitstapten. Vandaar begonnen zij aan de tocht naar hun werkkampen langs het spoor. Sommigen gingen een korte afstand per vrachtwagen, maar de meesten liepen.
Op 20 april kwamen we voor Bangkok aan en moesten uitstappen. Als vee werden we over straat gedreven en ondergebracht in hutten waarvan het dak tot de grond reikte. Die dag werden we beziggehouden met registratie en het verstrekken van nummers. Gelegenheid om te slapen kregen we niet.
Al spoedig merkten we dat de Thaise bevolking ons gunstig gezind was. We verkochten kleren en kochten voor tikals bananen, eieren, tabak en ander tropisch voedsel. ’s Avonds om zes uur gingen we met 600 man op stap. Elk uur werd haltgehouden en kregen we tien minuten rust. Hier en daar stond de bevolking ons op te wachten. Sommigen handelden, anderen gaven ons gratis bananen of te drinken. Toen we met gebaren vertelden dat we van Java kwamen, kregen velen tranen in de ogen en zeiden ze: “Nippon no good”.
NIOD, 400 Indische Collectie, 2588 Winnemuller, J.
Kinsayok – 171
Kinsayok lag 171 kilometer van Non Pladuk. De naam komt ook voor als Kim Sayok, King Sayo, Kansayo, Sai Yok en Sayok. Er waren drie kampen: een werkkamp, een hospitaalkamp en een cholera-kamp. Nadat het werk aan de spoorlijn hier was voltooid, werd het werkkamp een doorgangskamp voor groepen krijgsgevangenen die naar hoger gelegen kampen gingen.
Werk en leiding
- Kampbewaking
- Koreanen
- Kampleiding
- Luitenant-kolonel Toosey
- Werkzaamheden
- In januari 1943 het kamp opbouwen; van februari tot augustus de weg en spoordijk aanleggen en bruggen repareren.
- Werkdag
- Van 6.00 tot 17.00 uur; zwakkere mannen hakten bamboe voor de keuken.
Omstandigheden
- Voeding en wonen
- Een zeer slecht “hongerkamp” met gammele bamboebarakken; zieken sliepen in tenten.
- Gezondheid
- Malaria en dysenterie; vanaf 17 juni 1943 cholera. Er was vrijwel geen medicijn, alleen wat kinine.
- Klimaat
- De regentijd begon op 20 mei 1943.
- Recreatie
- Lezen, kaarten en lezingen.
Takanun – 218
Takanun was het hoofdkwartier van afdeling of groep VI en lag 218 kilometer van Non Pladuk. Het kamp bestond uit tenten en barakken. Op enkele kilometers van elkaar lagen drie kampen, op 203, 206 en 211 kilometer. Naast kamp 206 lag het kamp van de Japanse genie. Uit dagboeken en rapporten is niet altijd duidelijk over welk subkamp het gaat; daarom wordt hier voorlopig van één kamp gesproken.
Werkzaamheden
- Kampcommandant
- Ino
- April 1943
- Bomen kappen.
- Mei–juni 1943
- Aanleg van de spoordijk en een sleuf door de rotsen.
Omstandigheden
- Voeding
- In juni 1943 beter door de regentijd en het vervoer over de rivier.
- Wonen en water
- Gammele barakken en schoon water.
- Gezondheid
- Zieken gingen per boot of motortrein naar beneden; cholera kostte in één maand 180 levens.
Takanun, Thailand, circa 1943. Links worden dwarsliggers verplaatst; rechts wordt een railspijker in de nieuw aangelegde baan geslagen. Bron: Australian War Memorial, donor A. Seary.
Registratie van Hanssens
In een overzicht van Nederlandse krijgsgevangenen van de Birma-Siam-spoorweg staat Alphonse Ceasar Cornelis Hanssens geregistreerd. Het overzicht is gedateerd op 1 november 1944 en is afkomstig uit het National Archive in Washington (Record Group 407, Box 121, Volume III, Thailand).
Persoonsgegevens
- Nummer op de lijst
- 4635
- Naam
- Hanssens, Alphonse Ceasar Cornelis
- Service en rang
- A (Army) · Pte (private)
- Aankomst Thailand
- 1 mei 1943
Kampregistratie
- Nieuw
- II, 24152 — laatste sectie en kampnummer in Thailand
- Oud
- II, 9943 — eerdere sectie en kampnummer
- Java
- J (Java), 2420
- Registratie
- 33913 · J/D: J (Java; M = main camp, D = death)
Bron: National Archive Washington, Record Group 407, Box 121, Volume III, Thailand.