Familieverhaal · 1943

Birma-spoorweg

Historische foto uit het verhaal van de Birma-spoorweg
Opa Nono, krijgsgevangene aan de Birma-spoorweg.

Opa Nono is tewerkgesteld aan de Birma-spoorweg, ook wel de Dodenspoorlijn genoemd.

Aanleiding voor de bouw van de spoorlijn

Medio 1942 lijdt de Japanse marine in de Pacific steeds meer terrein aan de Amerikaanse marine. Het bevoorraden van de Japanse troepen in Birma (nu Myanmar) gaat steeds moeizamer. Vanuit Birma (Brits) was het de bedoeling Brits India binnen te vallen. De oplossing: een spoorlijn dwars door de jungle van Non Pladuk in Thailand (voorheen Siam) naar Thanbuyuzanat in Birma.

De lijn was 415 kilometer lang en één meter breed. Volgens de Japanse ingenieurs zou de aanleg minimaal vijf jaar duren. Gestart in september 1942 was de spoorlijn zestien maanden later klaar, ten koste van vele duizenden doden: geallieerde krijgsgevangenen en lokale Maleise, Birmaanse, Javaanse en Thaise dwangarbeiders.

Kaart van de Birma-Thailand spoorlijn
De route van Non Pladuk in Thailand naar Thanbyuzayat in Birma.
De Birma-spoorlijn met trein en arbeiders
De spoorlijn werd in oktober 1943 voltooid.

Opa gevangen

Toen Japan op 7 december 1941 Pearl Harbor aanviel, verklaarde ook de Nederlandse regering de oorlog aan Japan. Daarna veroverden de Japanners snel Zuidoost-Azië. Nadat Nederlands Borneo en Bali al gevallen waren en in februari ook op Sumatra was geland, vielen de Japanners op 1 maart Java binnen. De luchtmacht en marine waren al eerder vernietigd.

Opa was vrijwillig verbonden als militieplichtige bij de M.M.D. (Militair Motordienst) te Malang op Oost-Java. In december 1941 werd hij ingedeeld bij de staf van het 6e Regiment Infanterie. Dit regiment van drie bataljons bleef achter op Oost-Java om de vlootbasis Soerabaja te verdedigen; het zwaartepunt van de verdediging lag op West-Java.

Op 5 maart trokken de Japanners Batavia binnen. Op 8 maart was met de bezetting van Soerabaja het verzet gebroken. Op 9 maart tekende het Nederlandse gezag de capitulatie. Op die dag werd opa krijgsgevangen genomen en geïnterneerd in kamp Java IV in Malang.

Kaart van de Japanse invasie van Java in 1942
De Japanse invasie van Java in 1942.

Transport naar Thailand

Onderstaande informatie is gevonden op de site japansekrijgsgevangenkampen.nl.

Er hebben meerdere transporten van krijgsgevangenen vanaf Java naar Thailand of Japan plaatsgevonden. Deze groepen werden Java Parties (JP) genoemd. Opa heeft op zijn kaart de Thailand-stempels II en IV. Hij zat in JP 10 en werd eerst naar Singapore, naar het Changi-kamp, gebracht en vervolgens per trein naar Ban Pong, het eerste station aan de spoorbaan.

De datum van aankomst is belangrijk. De eerste groepen Nederlanders kwamen in januari 1943 aan en gingen naar Tarsao en Kinsayok om daar de spoorbaan verder aan te leggen. Het eerste stuk was aangelegd door Engelsen, die tussen juni en december 1942 naar Thailand gingen. Hoe later men aankwam, hoe verder omhoog men aan het werk moest.

Op 25 januari 1943 vertrok hij met de Tacoma Maru 2 naar Singapore, waar hij op 28 januari aankwam in kamp Changi. Op 14 april 1943 vertrok hij met 600 lotgenoten per trein naar Thailand. Op 19 april kwamen zij aan in kamp Ban Pong (km 5). Vandaar ging hij lopend — zes dagen lopen; van een groep van 600 kwamen er maar 370 aan — naar kamp Kinsayok (km 171) op 28 april en vervolgens naar kamp Takanun (km 218) op 2 mei. De mannen vertrokken op 19 april in groepen van 200 en liepen ongeveer 25 kilometer per dag. De regentijd begon op 20 mei. In oktober 1943 werd de lijn voltooid en werden de omstandigheden beter.

Naamlijst Tacoma Maru 2

Vertrek
Batavia, 25 januari 1943 · Singapore, 29 januari 1943
Naam
Hanssens, A.C.C.
Rang
sld mmd

Registratie

Rangnummer
1144
Categorie
KNIL E (brigadiers en minderen)
Trein
59 · vertrek Singapore 14 april 1943

Bron: War Office Londen WO 361/2206 e.v., NRK-Archief 3815.

De Tacoma Maru 2
De Tacoma Maru 2 bracht de krijgsgevangenen van Java naar Singapore.

Changi-kamp

Het kamp lag op een uitgestrekt kazerneterrein aan de noordoostelijke punt van Singapore, vanuit de stad gezien voorbij de Changi-gevangenis. Op het terrein lagen onder andere de Selarang-, Roberts-, Kitchener- en Wavell-barakken. Er waren diverse hospitalen, zoals het Australische hospitaal in de Selarang-barakken en het Engelse hospitaal in de Roberts-barakken. Rond 1 mei 1944 verhuisde het kamp naar de Changi-gevangenis.

Kamp en werk

Kampcommandant
Generaal Arimura (vanaf 17 december 1942)
Werkzaamheden
Terrein schoonhouden, afval afvoeren, wc’s reinigen en een vliegveld aanleggen.
Vrijheid
Veel bewegingsvrijheid op het terrein; Japanse bewakers stonden vooral bij de hekken.

Dagelijks leven

Wonen en sanitair
Enkele tafels en stoelen, geen bedden; slapen op een matje op de grond en slecht sanitair.
Voeding
In 1942 nog redelijk, later steeds slechter; in april 1943 onvoldoende.
Zorg en recreatie
Ds. Schaefer en Ds. Oranje, een bibliotheek, lezingen en muziekuitvoeringen.
De Selarang-barakken in Changi
De Selarang-barakken in het Changi-kamp.

Uit: Krijgsgevangene van de Japanners, J.W.B. Winnemuller, Rode Kruis-soldaat der Landstorm, afdeling Soekaboemi, West-Java.

Men kan zich indenken hoe we daar aangekomen eruitzagen. Allen moesten van boord, omdat er nog steeds dysenteriepatiënten bijkwamen. Voorlopig zouden we in Singapore in quarantaine gaan. De meeste zieken moesten uit de ruimen worden gedragen en ving de lange reis per vrachtauto naar het beruchte Changi-kamp aan. Onder stromende regen kwamen we daar in de nacht aan. Het was een zeer uitgestrekt gebied in een uithoek van het eiland Singapore. Japanners zag men maar zelden in het kamp, alleen als er horloges te verkwanselen waren. De zwarte markt speelde er een grote rol.

Over de voedseltoestand hoef ik u niets te vertellen, als men alleen maar bedenkt dat Singapore in vredestijd geheel op import was aangewezen. Wie nog wat geld had, kon wat bijkopen: tabak, oebi — een soort aardappel — en palmolie, rijk aan vitamine A.

De reis voor mij naar de hel van Thailand (Siam) begon. In beestenwagens werden 26 man met bagage gestopt en begon de reis die vijf dagen en vijf nachten duurde. Twee keer per dag werd haltgehouden en kreeg men een kop rijst en een kop om mee te nemen, met een stuk vis. Wij hadden zo’n honger dat we alles in één keer opaten. Verder hield de trein halt op een afgelegen plaats, ergens waar geen mens te bekennen was, en kon men op commando zijn behoefte doen.

NIOD, 400 Indische Collectie, 2588 Winnemuller, J.

Ban Pong – 5

Ban Pong was het eindpunt van de treinreis vanuit Singapore, vijf kilometer van het basiskamp Non Pladuk. Eerst was het een doorgangskamp: binnenkomende transporten stapten hier uit en werden direct doorgestuurd naar hoger gelegen kampen, eerst met vrachtwagens en later lopend. Daarna werd Ban Pong een revalidatiekamp voor mannen die uit de werkkampen langs de spoorlijn terugkwamen.

Het kamp lag ongeveer een half uur lopen van het station, circa anderhalve kilometer. Bij binnenkomst volgden registratie en bagagecontrole. Overtollige bagage en meegenomen medische artikelen werden opgeslagen en kwamen later niet meer terug.

Leven in Ban Pong

Werkzaamheden
Vanaf juni 1942: begin van de aanleg van de spoordijk.
Voeding
Kleren werden tegen voedsel geruild.
Wonen en water
Ruwe bamboekrotten en een vieze, onvoldoende bron.

Transport vanaf Ban Pong

19 april 1943
Singapore Changi, trein 59; Java Parties 10, 11 en 14.
Vervolg
28 april naar Kinsayok (lopend), 2 mei naar Takanun 218.
Omvang
600 mannen per transport.
Station Ban Pong in Thailand
Station Ban Pong, het beginpunt van de voettocht naar de werkkampen.

Het station bij Kanchanaburi (voorheen aangeduid als Ban Pong, vijf kilometer van Nong Pladuk, het beginpunt van de Birma-Thailand-spoorweg) was de plek waar krijgsgevangenen die vanuit Singapore per trein naar Thailand reisden, uitstapten. Vandaar begonnen zij aan de tocht naar hun werkkampen langs het spoor. Sommigen gingen een korte afstand per vrachtwagen, maar de meesten liepen.

Op 20 april kwamen we voor Bangkok aan en moesten uitstappen. Als vee werden we over straat gedreven en ondergebracht in hutten waarvan het dak tot de grond reikte. Die dag werden we beziggehouden met registratie en het verstrekken van nummers. Gelegenheid om te slapen kregen we niet.

Al spoedig merkten we dat de Thaise bevolking ons gunstig gezind was. We verkochten kleren en kochten voor tikals bananen, eieren, tabak en ander tropisch voedsel. ’s Avonds om zes uur gingen we met 600 man op stap. Elk uur werd haltgehouden en kregen we tien minuten rust. Hier en daar stond de bevolking ons op te wachten. Sommigen handelden, anderen gaven ons gratis bananen of te drinken. Toen we met gebaren vertelden dat we van Java kwamen, kregen velen tranen in de ogen en zeiden ze: “Nippon no good”.

NIOD, 400 Indische Collectie, 2588 Winnemuller, J.

Kinsayok – 171

Kinsayok lag 171 kilometer van Non Pladuk. De naam komt ook voor als Kim Sayok, King Sayo, Kansayo, Sai Yok en Sayok. Er waren drie kampen: een werkkamp, een hospitaalkamp en een cholera-kamp. Nadat het werk aan de spoorlijn hier was voltooid, werd het werkkamp een doorgangskamp voor groepen krijgsgevangenen die naar hoger gelegen kampen gingen.

Werk en leiding

Kampbewaking
Koreanen
Kampleiding
Luitenant-kolonel Toosey
Werkzaamheden
In januari 1943 het kamp opbouwen; van februari tot augustus de weg en spoordijk aanleggen en bruggen repareren.
Werkdag
Van 6.00 tot 17.00 uur; zwakkere mannen hakten bamboe voor de keuken.

Omstandigheden

Voeding en wonen
Een zeer slecht “hongerkamp” met gammele bamboebarakken; zieken sliepen in tenten.
Gezondheid
Malaria en dysenterie; vanaf 17 juni 1943 cholera. Er was vrijwel geen medicijn, alleen wat kinine.
Klimaat
De regentijd begon op 20 mei 1943.
Recreatie
Lezen, kaarten en lezingen.
Historisch document uit het kamp bij Kinsayok
Een historisch document uit de registratie van de krijgsgevangenen.

Takanun – 218

Takanun was het hoofdkwartier van afdeling of groep VI en lag 218 kilometer van Non Pladuk. Het kamp bestond uit tenten en barakken. Op enkele kilometers van elkaar lagen drie kampen, op 203, 206 en 211 kilometer. Naast kamp 206 lag het kamp van de Japanse genie. Uit dagboeken en rapporten is niet altijd duidelijk over welk subkamp het gaat; daarom wordt hier voorlopig van één kamp gesproken.

Werkzaamheden

Kampcommandant
Ino
April 1943
Bomen kappen.
Mei–juni 1943
Aanleg van de spoordijk en een sleuf door de rotsen.

Omstandigheden

Voeding
In juni 1943 beter door de regentijd en het vervoer over de rivier.
Wonen en water
Gammele barakken en schoon water.
Gezondheid
Zieken gingen per boot of motortrein naar beneden; cholera kostte in één maand 180 levens.
Krijgsgevangenen werken aan de spoorlijn bij Takanun
Krijgsgevangenen leggen rails bij Takanun

Takanun, Thailand, circa 1943. Links worden dwarsliggers verplaatst; rechts wordt een railspijker in de nieuw aangelegde baan geslagen. Bron: Australian War Memorial, donor A. Seary.

Registratie van Hanssens

In een overzicht van Nederlandse krijgsgevangenen van de Birma-Siam-spoorweg staat Alphonse Ceasar Cornelis Hanssens geregistreerd. Het overzicht is gedateerd op 1 november 1944 en is afkomstig uit het National Archive in Washington (Record Group 407, Box 121, Volume III, Thailand).

Persoonsgegevens

Nummer op de lijst
4635
Naam
Hanssens, Alphonse Ceasar Cornelis
Service en rang
A (Army) · Pte (private)
Aankomst Thailand
1 mei 1943

Kampregistratie

Nieuw
II, 24152 — laatste sectie en kampnummer in Thailand
Oud
II, 9943 — eerdere sectie en kampnummer
Java
J (Java), 2420
Registratie
33913 · J/D: J (Java; M = main camp, D = death)
Uitsnede uit de lijst met Nederlandse krijgsgevangenen
Uitsnede uit het overzicht van Nederlandse krijgsgevangenen.

Bron: National Archive Washington, Record Group 407, Box 121, Volume III, Thailand.

← Terug naar alle verhalen